Particulier nieuws
Zakelijk nieuws

Nabestaandenpensioen wijzigt, let vooral op bij baanwissel

Je denkt er liever niet te vaak aan, maar als jij overlijdt verandert er financieel veel voor je partner en je kinderen. Een deel van dat vangnet loopt via je pensioen: het nabestaandenpensioen. Door de nieuwe pensioenwet, de Wet toekomst pensioenen, zijn de regels op dit punt flink gewijzigd. Pensioenfondsen en verzekeraars passen hun regelingen uiterlijk 1 januari 2028 aan. Reden genoeg om te weten waar je nu aan toe bent.

Verzekerd zolang je meedoet
Het partnerpensioen dat ingaat bij overlijden vóór je pensioendatum werkt nu overal op risicobasis. Dat betekent dat het een verzekering is en geen spaarpot. Zolang je deelneemt aan de pensioenregeling is je partner verzekerd. Stopt je deelname, dan stopt in principe ook de dekking. Voor dit deel wordt dus geen bedrag opgebouwd dat je meeneemt.

De hoogte is losgekoppeld van het aantal jaren dat je hebt gewerkt. Voortaan geldt een percentage van je salaris, met een wettelijk maximum van 50 procent. Veel regelingen zitten daar overigens onder. Bij het ABP is het partnerpensioen bijvoorbeeld 41 procent van het salaris dat meetelt voor je pensioen.

Let op bij een baanwissel
Wissel je van baan, dan valt de dekking weg zolang je niets regelt. Dat maakt zo'n overstap een kwetsbaar moment. Er zijn uitzonderingen die dat gat opvangen. Krijg je een WW-uitkering of ben je arbeidsongeschikt, dan blijft de dekking vaak in stand. En je kunt er meestal voor kiezen om het nabestaandenpensioen zelf voort te zetten door daar premie voor te betalen. Zit je even tussen twee banen zonder uitkering, of ga je als zelfstandige verder, dan is het verstandig hier bewust bij stil te staan. Anders ben je zonder het te merken onverzekerd.

Na je pensioendatum ligt het anders
Voor de periode ná je pensioendatum geldt een ander systeem. Voor dat partnerpensioen wordt wél echt geld opzijgezet. Het blijft daardoor bestaan, ook als je van baan wisselt. De hoogte is vaak een percentage van je eigen ouderdomspensioen, in de praktijk tot zo'n 70 procent, al verschilt dit per regeling. Overlijd je na je pensioen, dan is de situatie dan ook meestal stabieler dan wanneer je overlijdt terwijl je nog werkt.

En voor de kinderen
Voor kinderen is er het wezenpensioen. Ook dat is gestandaardiseerd. Maximaal 20 procent van je salaris per kind, en het dubbele voor een kind dat beide ouders verliest. De uitkering loopt nu overal tot 25 jaar, waar die leeftijd vroeger per regeling verschilde. Ook hier kiezen fondsen vaak een lager percentage dan het maximum.

Reken niet te snel op de overheid
Naast je pensioen bestaat de Algemene nabestaandenwet, de Anw. Die uitkering van de overheid is er alleen onder strikte voorwaarden. Je partner krijgt die bijvoorbeeld met een kind onder de 18 jaar of bij arbeidsongeschiktheid, en er geldt een inkomenstoets. Veel partners komen er daardoor niet voor in aanmerking. Reken er dus niet automatisch op als vast inkomen.

Valt er een gat, dan zijn er oplossingen. Sommige werkgevers bieden een zogenoemde Anw-hiaatverzekering aan. Daarnaast kun je een losse overlijdensrisicoverzekering afsluiten, die ook los van je werk doorloopt.

Het nabestaandenpensioen is geen onderwerp om één keer te regelen en daarna te vergeten. Bij elke baanwissel, bij het starten als zelfstandige of bij een scheiding kan de dekking veranderen. Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je in één oogopslag wat er voor je partner en kinderen is geregeld. Wil je weten of het vangnet in jouw situatie goed geregeld is? Laat vrijblijvend een bericht achter, we kijken graag met je mee.

Meer weten of persoonlijk advies?

Persoonsgegevens
 ,  Aanpassen?
Opzoeken adres gegevens mislukt Handmatig invoeren?
Vraag/opmerking

Rebels in Finance maakt gebruik van cookies op haar website Accepteren Meer informatie